Het Wijnconsulaat selecteert de beste wijnhuizen langs de gehele Duitse Rijn – van de Mittelrhein bij Bacharach, via de klassieke Rheingau, tot in Rheinhessen bij Ingelheim. Drie regio's die de Rijn met elkaar verbindt, elk met een eigen bodem, klimaat en stijl. Ons kernland – en de wieg van de moderne Duitse wijnbouw – is en blijft de Rheingau.
De Rheingau is naast de Moezel het in binnen- én buitenland bekendste Duitse wijnbouwgebied. Al vroeg legden de Romeinen hier aan de Rijn hun wijnbergen aan, en ook Karel de Grote herkende de geschiktheid van de steile hellingen van Rüdesheim — aan de elk jaar zo snel smeltende sneeuw.
Met amper 30 kilometer lengte en 3.200 hectare wijnbouw behoort de Rheingau tot de kleinere Duitse regio's. Het verreweg grootste deel is met Riesling beplant — 80 procent, daarmee bezit de Rheingau het record. Op het resterende areaal staat hoofdzakelijk Spätburgunder en Müller-Thurgau.
De ligging aan de rechteroever van de Rijn, op de enige belangrijke oost-westverbinding tussen Bazel en de Noordzee, biedt bij oriëntatie pal op het zuiden ideale rijpvoorwaarden voor de gevoelige Rieslingdruif. Aan de ene kant worden de wijnstokken door de eerste Taunusheuvels tegen de koude noordenwinden beschut, aan de andere kant profiteren ze van het tot een kilometer brede wateroppervlak van de rivier.
Qua bodem onderscheidt de Rheingau zich van de Moezel met zijn schiefer- en schelpkalkformaties. Hier aan de Rijn treffen we overwegend diepgrondige, vaak kalkhoudende bodem aan — zand, löss, kiezelsteenslag en zandsteen. Stroomafwaarts, in de Mittelrhein bij Bacharach, domineert leisteen; stroomopwaarts, in Rheinhessen rond Ingelheim, overheersen löss, mergel en kalk — telkens een ander smaakprofiel binnen dezelfde riviervallei.